Kennis voor de praktijk – Wat vindt ú belangrijk?

VNG, Divosa en het ministerie van SZW starten een meerjarig kennisprogramma; een langlopend project om (wetenschappelijk) onderzoek naar de werkzaamheden van de dienst Werk en Inkomen te stimuleren en de praktijk te laten profiteren van de nieuwe kennis. Tussen maart en mei 2015 worden langs verschillende wegen mensen benaderd om mee te denken over de kennisvragen die leven in de sector.

  • Wat zou u willen weten om mensen met meer resultaat te kunnen ondersteunen?
  • Welke thema’s of deelonderwerpen zijn volgens u belangrijk om te onderzoeken?
  • Welke kennisvragen leven er binnen uw organisatie?
  • Wat zou u willen leren van andere gemeenten in zowel het binnen- als buitenland?

Het belang van kennisontwikkeling

Gemeenten zijn al jaren actief binnen het domein van werk en inkomen: re-integratie, schuldhulpverlening, armoedebestrijding, handhaving, sociale werkvoorziening vallen allemaal onder de verantwoordelijkheid van gemeenten. Daardoor hebben gemeenten een schat aan ervaringskennis over de inzet van interventies. Tegelijkertijd weten we nog te weinig over welke interventies nu écht werken, en welke niet. Wetenschappelijk onderzoek naar dergelijke interventies is nog beperkt en heeft soms weinig aandacht aan de vertaling naar de praktijk, met andere woorden: aan de vertaling van de resultaten naar concreet toepasbare recepten. Terwijl de vertaling van wetenschap naar de praktijk wel nodig is om mensen optimaal te laten participeren. Daarvoor moeten we beter weten wat werkt voor wie, wanneer en onder welke omstandigheden.

Het kennisprogramma van VNG, Divosa en het ministerie SZW

Om hieraan tegemoet te komen is het belangrijk dat alle kennis die al beschikbaar is beter gebruikt gaat worden. En om die kennis aan te vullen met nieuwe kennis. Kennis is immers een dynamisch gegeven. Daarom starten VNG, Divosa en het ministerie van SZW een meerjarig kennisprogramma; een langlopend project om (wetenschappelijk) onderzoek naar de werkzaamheden van de dienst Werk en Inkomen te stimuleren en de praktijk te laten profiteren van de nieuwe kennis.

Het doel van het kennisprogramma is tweeledig:

  • Systematisch en programmatisch kennis valideren en ontwikkelen; het gaat daarbij om kennis van instrumenten, methodes en werkwijzen;
  • Het vertalen, verzamelen en verspreiden van nieuwe en bestaande kennis, zodat deze toepasbaar is voor de uitvoeringspraktijk.

Het is een programma voor en door gemeenten. Het moet kennis opleveren waar zowel het bestuur/management als beleidmakers en mensen in de uitvoering wat aan hebben. De kennisvragen van gemeenten vormen daarom belangrijke input voor de inhoudelijke focus in het programma. Het kennisprogramma wordt begeleid door ZonMw, waarbij wordt samengewerkt met onder meer het UWV, het ministerie van VWS, de Beroepsvereniging voor Klantmanagers (BvK) en TNO.

De eerste stap: onderzoeksvragen formuleren

Centraal uitgangspunt van het kennisprogramma zijn de vragen die leven op bestuurlijk niveau, op het beleidsniveau en uitvoeringsniveau. Belangrijk is dat nieuwe kennis wordt ontwikkeld die aansluit bij de vragen, behoefte en kennis van de sector zelf.

Om te zorgen dat de sector zelf de leidende rol speelt, worden de vragen van het kennisprogramma geformuleerd samen met de gemeenten. Door middel van bijvoorbeeld bijeenkomsten, workshops, individuele gesprekken en enquêtes gaan we in gesprek met medewerkers van alle lagen binnen de gemeenten. Het gaat hierbij in ieder geval om vragen met betrekking tot de volgende thema’s:

  • Effectiviteit van re-integratie voor mensen uit de doelgroep van de Participatiewet;
  • Effectiviteit van instrumenten gericht op de aanpak van jeugdwerkloosheid;
  • Effectieve dienstverlening aan kwetsbare burgers (waaronder multiproblematiek);
  • Effectieve interventies bij het ondersteunen van mensen in armoede en/of met schulden.

NB: deze lijst is nadrukkelijk niet limitatief. Graag horen wij of er andere thema’s of deelonderwerpen zijn waarvan u het belangrijk vindt dat deze onderzocht worden.

Tegelijk met de inventarisatie van de kennisvragen, werkt TNO aan een inventarisatie van de kennis die al beschikbaar is. De opbrengst van deze inventarisatie wordt naast uw kennisvragen gelegd om te kijken of er al kennis beschikbaar is of dat er nieuw onderzoek nodig is voor het beantwoorden van uw vraag. Kennisvragen waarover nog geen kennis beschikbaar is, vertalen we naar mogelijke onderzoeksvragen. Deze onderzoeksvragen vormen de basis voor het kennisprogramma.

De tweede stap: onderzoeken opstarten

Naar verwachting wordt het kennisprogramma in september daadwerkelijk gestart. Gemeenten kunnen dan in samenwerking met onderzoeksinstellingen (zoals universiteiten, HBO’s of onderzoeksbureaus) een onderzoeksvoorstel indienen bij ZonMW. Op basis van vooraf vastgestelde beoordelingscriteria worden onderzoeksvoorstellen beoordeeld door een onafhankelijke commissie. Op een later moment krijgt u informatie over hoe dit precies zal gaan werken.

De derde stap: van kennis naar kennistoepassing

We zijn er nog niet met de ‘kale’ kennis over wat werkt en wat niet. Net zo belangrijk is de vraag hoe deze kennis het best vertaald kan worden naar de uitvoeringspraktijk. Hierbij gaat het erom de kennis te vertalen in praktische handvatten, die zo zijn vormgegeven dat zowel beleid als uitvoering ermee uit de voeten kunnen in de dagelijkse praktijk. Gedurende het gehele kennisprogramma zal hieraan uitgebreid aandacht worden besteed, in afstemming met de lopende activiteiten van het programma Vakmanschap van Divosa.

Meedoen

Wij stellen het op prijs dat u met ons mee wilt denken. Het gaat erom dat we met elkaar een kennisprogramma bouwen waar de sector Werk en Inkomen wat aan heeft. Dat aansluit bij uw behoefte als professional, zodat u uw vak met een nog steviger basis kunt uitoefenen.We zijn nu bij de eerste stap: het formuleren van vragen. Tussen maart en mei worden langs verschillende wegen mensen benaderd om mee te denken over de kennisvragen die leven in de sector. We sluiten bijvoorbeeld aan bij verschillende bijeenkomsten in het land en zullen ook zelf bijeenkomsten organiseren. Als u bij een bijeenkomst aanwezig wil zijn, als u al ideeën heeft die u graag wil delen, vragen heeft of op een andere manier mee wil doen, neem dan contact op met: